3D-Kunstinstallatie Houtkampcollege
De KRACHT van identiteit & eigenheid 6 t/m 10

Over Rob Verwer :

installatie BLOWIN’ IN THE WIND in boven in het Reesdal, onder in Schouwen Duivenland 2022 © Rob Verwer &  Meg Mercx

Recent werk : BLOWIN’ IN THE WIND, hoe gaat het met het visje op je bord?

Dit werk bestaat uit een aantal blankhouten, licht geabstraheerde, monumentale beelden. Sommige zijn intact. Van anderen ligt er slechts een vin of een staartstuk. De koppen en graten tekenen zich als een licht lijnenspel tegen de contrasterende, natuurlijke achtergrond. De kleur wit is gekozen om de herkenbaarheid van de vis, het skelet en de graten zo realistisch mogelijk te verbeelden. Doordat het een groep skeletten betreft en door de buitenproportionele vormgeving lijkt het een ‘prehistorisch vissenkerkhof’ te zijn. De associatie met dood, uitsterven en overconsumptie hopen we hierdoor op te wekken. We willen dat het publiek even stilstaat bij de gevolgen van de plastic soup en het leven van het visje op je bord.


Over De KRACHT van identiteit & eigenheid

Eerder plakten de Britse twintigers Louis en Emily van de Britse actiegroep JustStopOil zich vast aan een Van Gogh uit 1889. Ze vinden dat een groot deel van de wereld gebukt gaat onder droogte, overstromingen en mislukte oogsten, terwijl een ander deel van de wereld gewoon doordraait alsof er niets aan de hand is. “De politiek, de kunstwereld en de fossiele industrie kijkt de andere kant op”, verklaart psychologie-student Emily (24) op de website van de actiegroep. (bron: RTLNieuws

Ook wij plakken ons (figuurlijk) vast aan hedendaagse en klassieke kunst uit de geschiedenis. Net als bovenstaande studenten gebruiken we de kracht van bekende  kunstwerken om aandacht te vragen voor een belangrijk onderwerp: Identiteit & Eigenheid.  Zonder Identiteit & Eigenheid  was bovenstaande bijzondere actie over een super urgent onderwerp niet ontstaan. Iedereen -ook jij en ik- bestaat uit een eigen Identiteit & Eigenheid. Dit ontstaat niet zomaar. Het is een samenvoeging van persoonlijke, genetische, sociale, culturele en nationale identiteiten etc. Door onze genen lijken we op elkaar, we kijken af van elkaar, we leren van elkaar en we voegen iets toe aan elkaar. Zowel door het heden als door het verleden. Daar gaat de 3D-installatie Identiteit & Eigenheid  over die we vandaag gaan maken…

Links: de aula waar op de muur met de vlaggetjes een 3D-installatie komt, geschilderd door 250 leerlingen. Rechts de Rietveldstoel, ontwerp en uitvoer van Gerrit Rietveld 1917-1818.

Wat gaan we doen?

Samen met 250 leerlingen gaan we een 3D-installatie maken op de achterwand van de Aula. De kleuren die in de aula op de vloer gebruikt zijn, zijn waarschijnlijk gemaakt met een knipoog naar Gerrit Rietveld (Weet je wie dat is?), waar de school ook naar genoemd is.

De installatie is gebaseerd op de kleurtrap van Theo van Doesburg: Kleurkwadraat (1926), 14×13,5 cm

De drie primaire kleuren rood, geel en blauw zijn typisch voor Gerrit Rietveld en de kunststroming De Stijl waar hij lid van was. Tussen deze drie basiskleuren is heel wat speelruimte denkbaar. Zie bovenstaande kleurkaart van Doesburg.

De installatie wordt ca. 8 m breed en 4,5 m hoog. 

De installatie is opgebouwd uit details van 10 zelfportretten van wereldberoemde Nederlandse kunstenaars. Waarom zelfportretten van kunstenaars? Omdat zij natuurlijk het grote voorbeeld zijn van Identiteit & Eigenheid. Veel (game) designers, influencers, filmers, fotografen, modeontwerpers en kunstenaars van nu gebruiken deze kunstenaars als inspiratiebron -lekker afkijken- in hun werk.

De zelfportretten zijn van nu & toen: Marlene Dumas, Karel Appel, Piet Mondriaan, Charley Toorop, Vincent van GoghJan Steen, Johannes Vermeer, Judith Leyster, Rembrandt van Rijn en Jeroen Bosch

De kleuren van de details van  portretten zijn aangepast aan de kleuren van de Aula: rood, geel en blauw (Gerrit Rietveld). Deze werken worden door 250 leerlingen eigen gemaakt. Ze werken er met 10 groepen aan. Ze reproduceren een detail van het werk in kleur en lijn, en voegen er ‘eigenheid’/een eigen toets aan toe. Dit door de kwaststreken: stippeltjes-streepjes-vlakjes, de richting: horizontaal-diagonaal-verticaal en de opbouw van de kleuren. Techniek acrylverf op paneel.

Het werk wordt ca. 8 m breed en 4,5 m hoog. De werken verlopen in een kleurtrap van geel via rood naar blauw (zie kleurkaart van Doesburg).

Op ieder werk komt een monumentale verhoogde uit het kunstwerk gezaagde vingerprint. Mede gebaseerd op het logo en de ideologie van jullie school.

   

 


6. Jan Steen (1626 – 1679)

Tip 1: werk van licht naar donker. Waarom? Kleuren blijven helder&fris.

Tip 2: werk nat in nat. Waarom? Kleuren mengen dan met geleidelijke overgangen.

Tip 3: gebruik voor ieder kleur een andere kwast. Waarom? Kleuren blijven helder&fris

Tip 4: wissel de kleuren en kwasten met elkaar uit. Waarom? Voor de samenhang in het werk

Tip 5: schilder de zijkant van het werk mee. Waarom? Voor het extra 3D-effect op de muur.

 

De in Leiden geboren Jan Havickszoon Steen stond bekend om zijn grappige kijk op het leven die hij vooral ook liet zien in zijn schilderijen. Wie kent niet de komische voorstellingen van rommelige huishoudens, kwakzalvers, zieke meisjes en herbergen met losbandige volwassenen en rondhollende kinderen? Zijn rumoerige taferelen zijn zo kenmerkend dat ‘een huishouden van Jan Steen’ een veelgebruikt Nederlands gezegde is geworden. Bij hem thuis zal het ook een vrolijke chaotische boel zijn geweest want van zijn eerste vrouw kreeg hij een achttal kinderen en van zijn tweede twee. Hij runde ook een herberg, die door de Delftse Donderslag ( een ontploffing waarbij een groot deel van het centrum werd vernietigd) niet zo goed liep. Om daar wat ‘leven’ in de brouwerij te brengen hield hij er levende eenden. Jan Steen schilderde in zijn leven ongeveer vierhonderd schilderijen, waarvan een aantal bekende zijn: Het vrolijke huisgezin, Het Sint Nicolaasfeest en De Emmausgangers.

Tegenwoordig kun je zijn werken bewonderen in onder andere het Hermitage in Sint-Petersburg, het Mauritshuis te Den Haag en het Met in New York.

Het vrolijke huisgezin Jan Havickszoon Steen, 1668. Zoals de oude zongen piepen de jongen, daar gaat dit werk over. Het gezegde hangt ter verduidelijking op de schoorsteenmantel. 


7. Johannes Vermeer (1632 – 1675)

Tip 1: werk van licht naar donker. Waarom? Kleuren blijven helder&fris.

Tip 2: werk nat in nat. Waarom? Kleuren mengen dan met geleidelijke overgangen.

Tip 3: gebruik voor ieder kleur een andere kwast. Waarom? Kleuren blijven helder&fris

Tip 4: wissel de kleuren en kwasten met elkaar uit. Waarom? Voor de samenhang in het werk

Tip 5: schilder de zijkant van het werk mee. Waarom? Voor het extra 3D-effect op de muur.

 

De laatste Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw in dit artikel is Johannes Vermeer. Deze geheimzinnige schilder werd in 1632 in Delft gedoopt, waar hij op 43-jarige leeftijd ook kwam te overlijden. Het is nog steeds onduidelijk van wie Vermeer het schilderen leerde, maar hij had wel schilders in zien vriendenkring. De kunstenaar werkte enkel in opdracht en ging heel secuur te werk, vandaar dat hij maar 45 schilderijen maakte, waarvan er 35 zijn overgebleven. Hij is vooral bekend om zijn genrestukken (afbeeldingen uit het dagelijks leven), maar hij schilderde ook enkele historische stukken en stadsgezichten.

Brief lezende vrouw, Het melkmeisje en Meisje met de parel behoren tot zijn beroemdste werken. In deze werken is zijn liefde voor de kleuren blauw en geel ook duidelijk zichtbaar. Je kunt een aantal van zijn kunstwerken bewonderen in het Louvre, de National Gallery van Londen, het Kunsthistorisch Museum in Wenen en in het Rijksmuseum.

 

Links Het melkmeisje, rechts Meisje met de parel (1665-1667)

De Amerikaanse schrijfster Tracy Chevalier schreef het boek Girl with a Pearl Earring in 1999 en werd in het Nederlands vertaald als “Meisje met de parel” in 2001. Het werd in 2003 verfilmd onder dezelfde titel. De Amerikaanse singer-songwriter David Olney heeft voor zijn album Sweet Poison een lied over dit schilderij gecomponeerd (Mister Vermeer). Ook Aurélie, een Vlaamse singer- songwriter heeft een liedje over dit intrigerende schilderijtje geschreven :

 


8. Judith Leyster (1609 – 1660)

De eerste vrouwelijke schilder in de lijst werd in 1609 in Haarlem geboren. Judith Leyster was een van de weinige Nederlandse schilderessen tijdens de Gouden Eeuw en was gespecialiseerd in genreschilderkunst. Uit haar schildertechniek valt af te leiden dat ze hoogstwaarschijnlijk bij Frans Hals in de leer is geweest. Ze was een van de eerste vrouwelijke “meesterschilders” in de Nederlanden. Dit gaf haar het recht leerlingen te onderwijzen in haar eigen werkplaats. Haar schilderingen zijn helder en duidelijk, dit omdat ze zich vooral focuste op het hoofdonderwerp en geen aandacht besteedde aan bijzaken. Ze trouwde op 1 juni 1636 in Heemstede met de kunstschilder Jan Miense Molenaer en kreeg vijf kinderen. De zorg voor haar gezin maakte dat ze bijna niet meer schilderde maar andere prioriteiten stelde. Dit omdat er nauwelijks werken van haar bekend zijn na die periode. Wel jammer want Judith is een betere schilder dan haar echtgenoot wordt gezegd. Ook schildert ze waarschijnlijk niet meer onder haar eigen naam . Wel ontwikkelt ze zich tijdens haar huwelijk verder als zakenvrouw. Ze verdient goed in de kunsthandel van haar man en ze beheert verschillende van hun panden in Amsterdam, Haarlem en Heemstede. Ze stond dan ook bekend als iemand met een ‘goed en cloeck verstand’. Er zijn 48 schilderijen van haar bekend waarvan 12 onvindbaar.

Tip 1: werk van licht naar donker. Waarom? Kleuren blijven helder&fris.

Tip 2: werk nat in nat. Waarom? Kleuren mengen dan met geleidelijke overgangen.

Tip 3: gebruik voor ieder kleur een andere kwast. Waarom? Kleuren blijven helder&fris

Tip 4: wissel de kleuren en kwasten met elkaar uit. Waarom? Voor de samenhang in het werk

Tip 5: schilder de zijkant van het werk mee. Waarom? Voor het extra 3D-effect op de muur.

 

Zelfportret van Judith Leyster 1625 – 1649

Links: Man die een vrouw geld aanbiedt (1631), rechts zelfportret (1653)

Bij het licht van een olielamp zit een jonge vrouw gebogen over een naaiwerkje, met haar voeten op een stoof. Een man probeert haar aandacht te trekken met een handvol munten – hij wil haar liefde kopen. Maar de vrouw gaat niet op zijn aanbod in en werkt onverstoorbaar door. Zij is een toonbeeld van deugdzaamheid.


Rembrandt van Rijn (1606 – 1669)

Tip 1: werk van licht naar donker. Waarom? Kleuren blijven helder&fris.

Tip 2: werk nat in nat. Waarom? Kleuren mengen dan met geleidelijke overgangen.

Tip 3: gebruik voor ieder kleur een andere kwast. Waarom? Kleuren blijven helder&fris

Tip 4: wissel de kleuren en kwasten met elkaar uit. Waarom? Voor de samenhang in het werk

Tip 5: schilder de zijkant van het werk mee. Waarom? Voor het extra 3D-effect op de muur.

 

 

Zelfportret als de apostel Paulus, Rembrandt van Rijn (1661)

Hier is Rembrandt 55 jaar en nog steeds beschouwt hij zichzelf met open blik. In dit schilderij neemt hij de gedaante aan van een Bijbels personage, de apostel Paulus. Het zwaard dat uit zijn mantel steekt en het manuscript in zijn handen zijn de gebruikelijke attributen van deze apostel. Door zijn eigen gezicht te gebruiken, moedigde hij de toeschouwer aan een persoonlijke band aan te gaan met de heilige. (bron: Rijksmuseum) 

Rembrandt is een waar icoon van de Gouden Eeuw en een van de belangrijkste kunstenaars aller tijden. Zijn werken behoren tot de barokke stijl waarin het spel tussen licht en donker centraal staan. Hij heeft dit waarschijnlijk een beetje afgekeken van Carvaggio (een bekende Italiaanse schilder). Dit geeft een extra dramatisch tintje aan zijn werk. Exemplaren van zijn meer dan 300 werken hangen in grote musea over de hele wereld. De wereldberoemde Nachtwacht, zijn grootste werk, is te zien in het Rijksmuseum van Amsterdam.

Rembrandt schilderde de De Nachtwacht of Het korporaalschap van Frans Banning Cocq en luitenant Willem Ruytenburgh maakt zich gereed, tussen rond 1640 en 1642. Het meesterwerk, dat waarschijnlijk rond 1796-1797 voor het eerst De Nachtwacht werd genoemd, was besteld voor de nieuwe Kloveniersdoelen, verzamelplaats voor de musketiers van verschillende schutterijen. Het is een portret van een groep schutters uit de 17e eeuw. In die tijd waren de schutters een groep mannen die vrijwillig hielpen om Amsterdam veilig te houden. Wanneer er onrust was in de stad, werden zij opgeroepen om de orde te handhaven. Een soort van vrijwillige politie dus.


10. Jheronimus Bosch (1450 – 1516)

Tip 1: werk van licht naar donker. Waarom? Kleuren blijven helder&fris.

Tip 2: werk nat in nat. Waarom? Kleuren mengen dan met geleidelijke overgangen.

Tip 3: gebruik voor ieder kleur een andere kwast. Waarom? Kleuren blijven helder&fris

Tip 4: wissel de kleuren en kwasten met elkaar uit. Waarom? Voor de samenhang in het werk

Tip 5: schilder de zijkant van het werk mee. Waarom? Voor het extra 3D-effect op de muur.

Jheronimus Bosch, postuum ook Jeroen Bosch genoemd, werd circa 1450 in Den Bosch geboren waar hij opgroeide in een schilderfamilie. Hij maakte deel uit van de renaissance van het noorden en zijn schildertechniek week niet erg af van zijn tijdgenoten. Hoewel hij tijdens zijn leven al beroemd was en opdrachten kreeg van het hof in Brussel, is vrij weinig over hem bekend. Een groot deel van zijn leven blijft nog steeds een raadsel.  De buitengewoon fantasierijke artiest staat vooral bekend om zijn levendige en vaak angstaanjagende voorstellingen van de hel. Hij schilderde de gruwelijkste demonen, monsters en andere spookachtige wezens, maar met meesterlijke verfstroken die zijn fantasieën des te realistischer en geloofwaardiger doen overkomen.

Door historisch onderzoek en opgravingen, bijvoorbeeld in de stad ‘s-Hertogenbosch, leert men meer over de late Middeleeuwen en kan men de vreemde fantasiewezens van Jheronimus Bosch beter plaatsen en begrijpen. Ze zijn minder vreemd dan aanvankelijk gedacht werd. Het christelijke geloof tijdens de Late Middeleeuwen was streng en beangstigend. De keuze tussen hemel en hel was een vraag die elke dag speelde, het kwaad lag continu op de loer. Iedere dag werd er gebiecht. Als je niet naar de kerk ging was je gedoemd te mislukken en naar de hel te gaan, zo was de gedachte. In de schilderijen van Jheronimus Bosch zie je deze onderwerpen steeds terugkomen. Het goede werd vaak tegenover het kwade geplaatst. Duivels probeerden mensen te lokken om ze van het geloof te verdrijven. Vaak denken mensen dat Jheronimus Bosch mensenschuw was of gek, omdat hij in zijn schilderijen vreemde figuren schilderde. Geen van deze twee beweringen is waar. Hij ging daarentegen vermoedelijk om met vooraanstaande mensen, zoals hofschilders, en was lid van de Lieve-Vrouwe-Broederschap waarin alleen de Bossche elite plaatsnam.

En dan is er nog de kontmuziek…eh wat is dat?

Heb je wel eens het drieluik van Jheronimus Bosch Tuin der lusten (1510) gezien? Hier boven is het afgebeeld. Als je goed kijkt, is er een deel van het schilderij dat de hel voorstelt, aan de rechterkant, waar je enkele muziekinstrumenten (een luit, een harp, een draailier en een paar houtblazers) kunt zien. En als je nog dichterbij kijkt, zie je een persoon die op zijn buik ligt met muzieknoten op zijn billen. Een raar roze wezentje lijkt die daar met zijn bobbelige lange tong erop te hebben geplaatst.

   

Fragment uit De Tuin der Lusten (1510)   

Wat staat daar nu eigenlijk? Verschillende mensen hebben die noten bestudeerd en het zelfs opgenomen! Er zijn nu op YouTube diverse opnames van deze “Butt Songs” te horen.

Ook is er van een gedeelte van dit schilderij een animatie gemaakt door de bekende Nederlandse animator en game designer Floris Kaayk:

Floris Kaayk heeft trouwens ook de bekende animatie op de song ‘Wich Doctor’ van Rockgroep ‘de Staat’ gemaakt.


© Dit project is ontstaan en ontworpen door de kunstenaars Meg Mercx en Rob Verwer in opdracht van Kunst in de Aula n.a.v. een opdracht geplaatst door het Houtkampcollege, Doetinchem

Scroll naar top